Terni Lapilli · Voer voor de geest
Een spel met drie steentjes liet zijn rooster achter, gekrast in stenen door een heel rijk, en liet van zijn regels vrijwel niets achter.
In het Engels geschreven en geredigeerd. Deze Nederlandse versie is met machinevertaling gemaakt; waar precisie ertoe doet, is het Engelse origineel leidend. Lees het origineel in het Engels →
Ergens op de bestrating van het Forum Romanum, op de trappen van een basilica, op een willekeurig stuk openbare steen, kraste iemand met een ledig moment en een scherpe punt een klein rooster van lijnen en begon te spelen. Dat daar werd gespeeld, weten we omdat roosters die in die steen zijn gekrast bewaard zijn gebleven. Wat we niet helemaal weten, is welk spel er werd gespeeld.
De naam die tot ons is gekomen, is terni lapilli, letterlijk “telkens drie steentjes”. Het boter-kaas-en-eieren dat schoolkinderen vandaag tekenen, wordt meestal als zijn afstammeling voorgesteld, en het Wikipedia-artikel over dat spel (“Tic-tac-toe”) noemt de afstamming zonder omwegen: een vroege variant werd rond de eerste eeuw v.Chr. in het Romeinse Rijk gespeeld, terni lapilli genaamd, waarin “elke speler in plaats van een onbeperkt aantal stukken er maar drie had; ze moesten die dus naar lege plekken verplaatsen om te kunnen blijven spelen”. 1 Die ene bijzin, naar lege plekken verplaatsen, is het scharnierpunt van het hele verhaal. Het is het kenmerk dat het Romeinse spel scheidt van het moderne, en het is het kenmerk dat deze versie in ere herstelt.
Drie steentjes per speler, en zodra ze liggen, moet je blijven schuiven. Dat is geen boter-kaas-en-eieren. Dat is een ander, en ouder, idee.
De archeologische vingerafdruk van het spel is opvallend democratisch. Hetzelfde Wikipedia-artikel stelt nuchter vast dat “de rastertekeningen van het spel over heel Rome met krijt getekend zijn teruggevonden”. 1 Dat woord is losjes gebruikt, want krijt zou geen tweeduizend jaar overleven; wat bewaard is gebleven, zijn roosters die in de steen zelf zijn gekrast. Niet uitgehouwen in een tempel, niet geschilderd in een villa, maar gekrast en uitgesleten in openbare steen door wie er maar langskwam. Een bord dat niets kost om te maken en niets om te verliezen, is een bord dat overal vingerafdrukken achterlaat.
En toch is alomtegenwoordigheid niet hetzelfde als documentatie. De Romeinen die deze roosters kerfden, kerfden de regels er niet naast. Geen enkele bewaarde antieke tekst legt zet voor zet uit hoe terni lapilli werd gewonnen. Dat is het centrale en licht duizelingwekkende feit waarmee elke eerlijke geschiedenis van het spel moet beginnen: de borden zijn talrijk, de regels zijn giswerk. Wat we vandaag reconstrueren, is een afleiding uit een naam, een mechaniek (“drie steentjes”), een vorm (een rooster van negen) en een familie van veel beter gedocumenteerde verwanten. 1
Het bord van negen punten met diagonalen, zoals deze versie het tekent. De verplaatsingsregel laat elk punt in het midden van een zijde bovendien diagonaal naar de twee naburige middenpunten van de zijden stappen, een verbinding die hier niet getekend is. Of het antieke spel precies zo werd getekend of gespeeld, is niet zeker.
De verwant met het meeste overgeleverde bewijs is de kleine molen (three men's morris), die hetzelfde Wikipedia-artikel “nauw verwant” noemt, en die een broertje van terni lapilli kan zijn, of hetzelfde spel onder een andere naam. 1 Hier is het documentaire spoor warmer. De dichter Ovidius beschrijft in het derde boek van zijn Ars Amatoria (De liefdeskunst), rond het begin van onze jaartelling, wat heel goed dit spel kan zijn: “Een bord heeft aan elke kant drie stukken; de winnaar moet alle stukken op een rechte lijn krijgen.” 3 Drie stukken per kant; een lijn om te winnen. Dat is het geraamte van het spel, opgevangen vanuit zijn eigen eeuw.
De molentraditie levert ook de diepe prehistorie die, soms al te stellig, aan het Romeinse spel wordt vastgeknoopt. Borden die op het molenspel lijken, zijn gemeld uit Kurna in Egypte, en een oudere autoriteit dateerde ze rond 1400 v.Chr. 3 Maar juist hier moet een zorgvuldige geschiedenis vaart minderen. De geleerde Friedrich Berger voerde aan dat de Koptische kruisen die naast die Egyptische borden zijn gevonden, de vroege datering “twijfelachtig” maken, en concludeerde botweg dat “ze zeker niet gedateerd kunnen worden”. 3 Een bord dat in antieke steen is gekrast, vertelt je dat daar iemand speelde. Het vertelt je maar zelden wanneer.
Een gekrast bord is een vingerafdruk zonder datumstempel. Het bewijst aanwezigheid, geen chronologie.
Zet de verwanten naast elkaar en de vorm van de verwarring wordt duidelijk. Het moderne boter-kaas-en-eieren behoudt het rooster en het doel, maar gooit de schaarste overboord: je zet tekens tot het bord vol is. De kleine molen en terni lapilli behouden de schaarste, drie stukken en niet meer, en moeten daarom beweging toevoegen, want een spel met zes stukken op negen vakjes kan niet eindeloos blijven plaatsen. Het molenspel (nine men's morris) schaalt hetzelfde idee op naar een groter bord en voegt “molens” toe: rijen van drie waarmee een speler een stuk van de tegenstander mag slaan. Ze komen allemaal herkenbaar voort uit hetzelfde instinct: krijg je stukken op een rij. 1 3
| Spel | Stukken / kant | Beweging? | Vroegst geciteerde spoor |
|---|---|---|---|
| Boter-kaas-en-eieren | hooguit 5 tekens (beginnende speler) of 4 (tweede speler) | nee, rooster volzetten | “noughts and crosses” (Britse naam) in druk, 1858 |
| Terni lapilli | 3 | ja, schuiven naar lege vakjes | Romeins, ca. 1e eeuw v.Chr. |
| Kleine molen (three men's morris) | 3 | ja, eerst plaatsen, dan schuiven | Ovidius, rond het begin van de jaartelling |
| Molenspel (nine men's morris) | 9 | ja, plaatsen, schuiven, springen | minstens Romeinse tijd |
Het door elkaar halen van terni lapilli en de kleine molen is niet zozeer een vergissing als wel een eerlijke grens. Met drie stukken per kant, een rooster van negen en een lijn om te winnen, zijn de twee beschrijvingen misschien gewoon twee namen voor één populair straatspel. De molenliteratuur heeft een reglement bewaard; 2 het Romeinse steentjesspel heeft alleen zijn bijnaam en zijn krassen bewaard. Waar een moderne reconstructie het gat daartussen opvult, leent ze de molenregels om het Romeinse geraamte aan te kleden, een redelijke stap, mits we dat hardop zeggen. 4
De engine van dit project probeert niets hiervan te beslechten. Zijn eigen koptekst noemt het spel “Terni Lapilli (a.k.a. Rota)” (ook bekend als Rota) en beschrijft het als “the Roman three-in-a-row WITH movement” (het Romeinse drie-op-een-rij MÉT beweging). 4 In plaats van een zekerheid voor te wenden die het bewijs niet kan dragen, maakt hij een reeks expliciete, speelbare keuzes: een rooster van 3×3 met negen vakjes; drie stukken per speler; een plaatsingsfase waarin om beurten zes stenen worden gezet; daarna een bewegingsfase waarin een stuk naar een aangrenzend leeg vakje schuift, orthogonaal of diagonaal; en drie op een rij in een willekeurige rij, kolom of diagonaal wint in beide fasen. Een kant die geen reglementaire schuifzet meer heeft, verliest, en na 120 schuifzetten zonder lijn eindigt het spel in remise. 4 Hij neemt ook de balanceringsconventie over die voor de variant van de kleine molen met zetten naar aangrenzende punten is vastgelegd, waarin het verbieden van het midden bij de eerste plaatsing de winnende strategie van de beginnende speler wegneemt: de openingssteen mag niet in het midden, een regel die de code toelicht als “the standard balancing rule that defuses a trivial forced win” (de standaard balanceringsregel die een triviale gedwongen winst onschadelijk maakt). 2 4
Geen van die keuzes is een bewering over wat een bepaalde Romein in 40 v.Chr. werkelijk deed. Ze vormen een samenhangende, verdedigbare moderne uitwerking van een spel dat we vooral kennen door zijn afwezigheid. Het eerlijke is om de twee registers uit elkaar te houden: dit is wat deze versie toestaat, los van dit is wat de antieke wereld aantoonbaar deed. Het eerste is precies. Het tweede is een naam die over heel Rome is gekrast, en een schouderophalen.
Redelijk solide: de naam terni lapilli, drie stukken per speler, als doel drie op een lijn in een rooster, borden die veelvuldig voorkwamen in de Romeinse openbare ruimte, en een nauwe verwantschap met de kleine molen zoals Ovidius die beschreef. 1
Werkelijk onzeker: de precieze verplaatsingsregel (alleen naar aangrenzende vakjes of naar elk leeg vakje), of diagonalen meetelden, de beperkingen bij de opening en de precieze datering van de oudste borden. Dit zijn reconstructies, en de versie van deze build is één redelijke lezing onder meerdere.
Zelfs de naam verdient even aandacht. Terni lapilli is niet zozeer een titel als wel een beschrijving van het materiaal: terni, “elk drie” of “telkens drie”, en lapilli, “steentjes” of kiezels. Het Romeinse spel was genoemd naar zijn stukken, en die stukken waren de kleine stenen die toevallig voorhanden lagen. Zo'n naam is zelf al een aanwijzing voor hoe en door wie het spel werd gespeeld: je vernoemt een spel niet naar losse kiezels als het op gesneden ivoren borden in rijke huizen thuishoorde. 1
De build draagt in zijn koptekst een tweede naam: hij noemt het spel “Terni Lapilli (a.k.a. Rota)” (ook bekend als Rota) en beschrijft de negen vakjes als het ronde Rota-wiel, “8 points on a ring + cell 4 at the centre” (8 punten op een ring + vakje 4 in het midden). Op het scherm is die “ring” het vierkant door de acht buitenste punten, doorkruist door vier lijnen door het midden: hetzelfde bord als hierboven. 4 Rota, Latijn voor “wiel”, is de naam van een vermeend Romeinse variant die op een rond bord werd gespeeld en pas in 1916 in een artikel werd vastgelegd door de latinist Elmer Truesdell Merrill. 2 Dat verdient een vermelding als nog een voorbeeld van de vruchtbare onzekerheid in dit vakgebied: het vierkante rooster, het wiel en de naam terni lapilli beschrijven misschien één spel, of twee, of een familie die in de praktijk in elkaar overliep. Wat de build doet, zijn bord een wiel noemen, het als vierkant tekenen en de rijen, kolommen en diagonalen van het vierkante rooster laten tellen, is een redelijke moderne synthese, en zo moet het ook gelezen worden, niet als vaststaand feit.
De eerlijke samenvatting van het ontstaansverhaal is dus een gelaagde: een echt Romeins spel, werkelijk populair, werkelijk overal, waarvan we de naam en het materiaal kennen, maar de precieze regels niet, en waarvan de moderne vorm is samengeflanst uit zijn beter gedocumenteerde neven. Dat is geen zwakte van de geschiedenis. Het ís de geschiedenis, en een build die zijn reconstructie openlijk speelt, regel voor regel, is eerlijk over het spel dat hij nieuw leven inblaast.